Nederlands
Horologium Florae · naar Carl Linnaeus, 1751
De bloemenklok
Een klok zonder tandwielen: soorten gekozen omdat ze opengaan en sluiten op uren waar je je dag naar zou kunnen richten. Dit is wat Linnaeus voorstelde, waarom het maar half werkt, en elke plant die op de wijzerplaat van Horae genoemd wordt.
Wat Linnaeus voorstelde
Carl Linnaeus zette het Horologium Florae uiteen in Philosophia Botanica (1751) en plantte er een versie van in de botanische tuin van Uppsala. Het is geen wijzerplaat met bloemen erop geschilderd. Het is een border van levende planten, zo gekozen en geschikt dat een voorbijganger de tijd kon aflezen aan welke soorten open waren gegaan en welke zich voor die dag al hadden gesloten.
Het idee rust op een waarneming die iedereen kan herhalen. Veel bloemen gaan niet willekeurig open: de morgenster sluit rond het middaguur zo betrouwbaar dat Engelsen haar “Jack-go-to-bed-at-noon” noemden, en de nachtschone dankt haar naam aan het uur waarop ze ontwaakt. Linnaeus’ bijdrage was daar gegevens van te maken: de uren opschrijven, de soorten ordenen en ze op volgorde rond een border leggen.
Waarom sommige bloemen de tijd bijhouden
Linnaeus deelde het bloeigedrag in drie klassen in. De Meteorici reageren op het weer en gaan op een heldere dag verder open. De Tropici volgen de daglengte, zodat hun uur door het seizoen schuift. Alleen de derde klasse, de Aequinoctales, opent en sluit op een vast uur ongeacht weer of seizoen — en alleen daarmee valt de tijd eerlijk af te lezen.
Daarom heeft de bloemenklok het ook nooit echt gedaan. De uren werden genoteerd in Uppsala, op zestig graden noorderbreedte; verplaats dezelfde beplanting naar het zuiden en het schema verschuift. Tel daar het weer bij op, de hoogte, het draaien van de seizoenen en de eigen luimen van de planten: een border die in de ene tuin op een half uur klopt, loopt in de volgende mis. Ze overleeft als een van de mooiste dingen die ooit als instrument gefaald hebben.
De vierentwintig soorten op de wijzerplaat
De bloemenplaat van Horae verdeelt de dag in twaalf segmenten, en elk segment draagt twee planten, in het Latijn langs de rand geschreven naar de trant van de bloemenklok-gravures die op Linnaeus volgden. De botanie is sinds de achttiende eeuw herzien: waar een naam is veranderd, staat de nu aanvaarde ernaast.
| Uur | Zoals geschreven | Nu aanvaarde naam | Nederlandse naam |
|---|---|---|---|
| 12–1 | Dianthus prolifer | Petrorhagia prolifera | Slanke mantelanjer |
| Calendula arvensis | Akkergoudsbloem | ||
| 1–2 | Anagallis arvensis | Lysimachia arvensis | Rood guichelheil |
| Hieracium pilosella | Pilosella officinarum | Muizenoor | |
| 2–3 | Taraxacum officinale | Paardenbloem | |
| Cichorium intybus | Wilde cichorei | ||
| 3–4 | Ornithogalum umbellatum | Gewone vogelmelk | |
| Geranium molle | Zachte ooievaarsbek | ||
| 4–5 | Mirabilis jalapa | Nachtschone | |
| Oxalis acetosella | Witte klaverzuring | ||
| 5–6 | Nymphaea alba | Witte waterlelie | |
| Oenothera biennis | Middelste teunisbloem | ||
| 6–7 | Crepis rubra | Roze streepzaad | |
| Nymphaea alba | Witte waterlelie | ||
| 7–8 | Anthericum liliago | Grote graslelie | |
| Hypericum perforatum | Sint-janskruid | ||
| 8–9 | Anagallis arvensis | Lysimachia arvensis | Rood guichelheil |
| Erythraea centaurium | Centaurium erythraea | Echt duizendguldenkruid | |
| 9–10 | Calendula arvensis | Akkergoudsbloem | |
| Dianthus carthusianorum | Kartuizeranjer | ||
| 10–11 | Spergula arvensis | Gewone spurrie | |
| Mesembryanthemum crystallinum | IJskruid | ||
| 11–12 | Sonchus oleraceus | Gewone melkdistel | |
| Lilium tigrinum | Lilium lancifolium | Tijgerlelie |
Drie namen keren terug langs de rand: Calendula arvensis, Anagallis arvensis en Nymphaea alba. Dat is trouw aan de oude platen en geen slordigheid: op een wijzerplaat van twaalf uur kan dezelfde plant twee keer staan, één keer voor het uur waarop ze opengaat en één keer voor het uur waarop ze sluit.
Hoe Horae hem tekent
De wijzerplaat hierboven is geen plaatje. Het is de tekencode van de app zelf, draaiend in je browser en jouw tijd tonend: vier concentrische ringen, vierentwintig Latijnse namen letter voor letter langs hun bogen gezet, twaalf uurcijfers, een Duitse spreuk dwars door de middelste ring naar de trant van de bloemenklok-gravures uit de jaren 1780, een zonnebloem in het midden en toelopende takwijzers op de echte tijd. Ernaast staat de plaat van het uur waarin je bent.